Back to Knowledge Base

FTP-ramptest: uitleg, effect en structuur van de workout

Analyse van het globale workoutsjabloon FTP-ramptest: structuur, trainingsprikkel, uitvoering en echte workoutgrafiek.

7 min read

FTP-rampentest is een van de meestgebruikte globale workouttemplates in de Pushing Limits Club. De grafiek en kengetallen zijn gebaseerd op het echte WorkoutFile.

SportFietsen
Duur22 min
PrikkelHIT-focus
Gebruik811 voltooide workouts

Waar deze workout om draait

Rijd de ramp zo lang als je kunt! Als je moet stoppen, kun je gewoon rustig doorfietsen (daarvoor moet je de ERG-modus uitschakelen) of de sessie beëindigen en een nieuwe workout starten om rustig uit te fietsen (bijv. een van onze LIT-sessies). Je FTP wordt berekend op basis van de waarden die je tijdens de sessie hebt gehaald, ongeacht hoe je de sessie afrondt.

Warm je op vóór de sessie.

In de kern is dit een HIT-gerichte fietstraining. De structuur zegt meer dan de naam: duur, pauzes en intensiteitswisselingen bepalen of de sessie vooral je basisuithoudingsvermogen stabiliseert, rond de drempel traint of een harde piekprikkel zet.

Workoutstructuur

De grafiek is gerenderd uit het opgeslagen WorkoutFile. Bredere blokken duren langer, hogere balken betekenen een hogere doelintensiteit.

Ramp van 55% naar 80% | 2 min @ 80% | Ramp van 80% naar 180%

Trainingseffect

De belangrijkste prikkel zit in duidelijke intensieve blokken. Zulke workouts verbeteren je VO2max, anaerobe tolerantie en je vermogen om zware herhalingen met goede techniek vol te houden.

Zo voer je hem uit

Rijd de rustige blokken echt gecontroleerd en gebruik vermogen of hartslag als leidraad. Bij gestructureerde indoorsessies werkt de ERG-modus goed, zolang je FTP en trainingszones actueel zijn.

Waar hij in je trainingsweek past

Plan deze workout met een rustige dag ervoor of erna. In een normale week is één zo’n zware sessie vaak genoeg, zeker als er daarnaast lange duurtraining of krachttraining gepland staat.

Let vooral op

  • Rijd de rustige blokken niet te snel.
  • Werk je doelzones vóór de sessie bij als je vorm is veranderd.
  • Beoordeel de sessie achteraf op basis van de geplande trainingsprikkel, niet alleen op gemiddelden.